Na een lang sterfbed is het eindelijk gedaan voor de Airbus A220-100 van Swiss. De Zwitserse nationale luchtvaartmaatschappij zegt definitief gedag tegen het heikele toestel, dat haar veel problemen opleverde.
Iets meer dan tien jaar geleden nam Swiss in juni 2016 haar eerste Airbus A220-100 in ontvangst. In die tijd stond het vliegtuig nog bekend als de Bombardier CS100. Hoewel er vele volgden in de jaren daarna, kwam het vliegtuig al gauw aan de grond te staan met motorproblemen. Het toestel zorgde voor grote problemen bij de Zwitserse airline, die nu eindelijk een knoop doorhakt.
Motorproblemen
De belangrijkste reden dat de Zwitserse Airbus A220-100’s aan de grond staan, zijn de motorproblemen. Eerdere generaties van de Geared Turbofan-motoren (GTF) van Pratt & Whitney kregen te maken met microscopisch kleine scheurtjes in het poedermetaal dat gebruikt wordt om kritieke onderdelen te maken, waaronder de hogedrukturbine.
Het leidde tot een massale terugroepactie, waarbij niet alleen de PW1500G-motoren van de A220 ter controle moesten, maar ook de PW1100G’s die onder de vleugels van de A320neo hangen, en de PW1900G’s die kracht geven aan de E-jets van Embraer. Onder meer KLM Cityhopper ondervond grote gevolgen van de Embraer E195 E2’s, waarvan er nog altijd een exemplaar op de luchthaven van Twente staat.
Grote druk
Swiss ondervond ook grote problemen als gevolg van de P&W-motoren, met name voor haar Airbus A220-vloot. Om haar grotere Airbus A220-300’s te beschermen, besloot Swiss de kleinere -100’s al grotendeels op te offeren. Eerder dit jaar meldde de Zwitserse luchtvaartmaatschappij ook al een tweetal vliegtuigen, registraties HB-JBC en -JBD, op te offeren voor haar -300-deelvloot.
Van de negen Airbus A220-100’s die Swiss in bezit heeft, zijn er momenteel nog drie operationeel. Deze vliegtuigen zullen tegen het einde van volgend jaar hun laatste vluchten uitvoeren. De twee ontmantelde machines staan in Toulouse, en de resterende vier vliegtuigen zullen niet meer terugkeren in de vloot. Deze staan geparkeerd in Toulouse (3) en Maastricht (1). Het is onduidelijk welk lot hen te wachten staat.


